“Beter besturen voor minder geld” door Roel Robbertsen, comm. v.d. Koningin in Utrecht

“Kijk, als je het nou zo uitgelegd krijgt wordt er al veel meer duidelijk” aldus VSP voorman Herman Troost die ook vond dat je als burger dan meer begrip kon opbrengen voor de standpunten en werkwijze van de provincie. Tijdens de bijeenkomst van het Politiek Café in Green Village was commissaris van de Koningin in Utrecht Roel Robbertsen te gast.
Robbertsen had zojuist verwoordt waarom de investering van 80 miljoen euro in het nieuwe provinciehuis, wel een goede is. Dat het kopen van een bestaand gebouw beter is dan het laten bouwen van een nieuw. Dat het teveel aan ruimte wordt onderverhuurd aan ABN-AMRO en dat men gemeenschappelijk van de faciliteiten gebruik maakt. Daarbij wordt het oude provinciehuis verkocht en omgebouwd tot studentenhuizen en kantoren. Robbertsen nam daarmee afstand van de opmerking dat de provincie op te grote voet zou leven.

De kwestie Sietsma, de secretaris die met een wel erg voordelige regeling afvloeit bij de Provincie, zit Robbertsen erg hoog en liever zou hij daar verder niet op in willen gaan. Desgevraagd verklaart hij echter dat het hier om een uitzondering gaat en dat er met  afvloeiing van lager ambtenaren ook zeer zorgvuldig wordt omgegaan. Dat de provincie bezuinigt door in de top te snijden “we gaan van vier naar twee directeuren” en hij begrijpt dat er van buitenaf kritisch wordt gekeken hoe met het overheidsgeld wordt omgegaan. “We leven in een glazen huis” zei hij.

“Beter besturen voor minder geld kun je realiseren door je bestuur effectiever, slagvaardiger en democratischer te maken.” Utrecht, Flevoland en Noord Holland zoeken toenadering tot elkaar om af te tasten wat ze op dit gebied voor elkaar kunnen betekenen. “Ons Groene Hart geven we niet cadeau, de provincie Utrecht is een topregio en die willen we graag behouden.”
Natuur is één van de belangrijkste vestigingsfactoren. De provincie pleit voor het behoud van groene zones, de snelwegen van de natuur. Daarnaast staat een tramverbinding tussen Utrecht CS en Uithof in de plannen en moet de rondweg rond Utrecht opgewaardeerd worden.

Gespreksleider Jan van Hoeflaken merkte op dat veel burgers niet weten wat de provincie eigenlijk doet. Robbertsen vindt dat een gemis en roept zijn collega’s op naar buiten te treden, zich te laten zien, om er achter te komen wat er leeft onder de bevolking. Binnen de provincie moet er meer aandacht zijn voor communicatie naar de burgers toe.
Met zijn aanwezigheid bij het Politiek Café deed Robbertsen zelf een stap in die richting. Op rustige en overtuigende wijze ging hij de discussie aan met de zaal en nam de tijd om zaken uit te leggen en toe te lichten.

Natuurlijk was de toekomstige burgemeester van Nieuwegein een belangrijk issue deze avond. Op heldere wijze verwoordde Robbertsen hoe de procedure daartoe in zijn werk gaat. Het aantal kandidaten, eenentwintig sollicitanten, is een vrij normaal aantal, dat daarvan drie vrouw zijn is weinig. Capaciteit en kwaliteit zijn de criteria die altijd op de eerste plaats komen, bij een gelijke geschiktheid van kandidaten krijgen vrouwen en/of etnische afkomst de voorkeur. Als dan ook nog wordt gekeken naar een kandidaat die Nieuwegein niet als eindstation ziet, hetgeen iets over de leeftijd zegt, komt men uit op: “Een allochtone vrouw van achtendertig jaar”, aldus gespreksleiderRené Hansen.
Als je burgemeester van Nieuwegein wilt worden moet je wel iets met de provincie hebben meent  Robbertsen. Hij is niet voor een gekozen burgemeester. “Begin eerst maar eens met een gekozen Minister-president, en kom dan bij de burgemeester” vindt hij.

Hij is een voorstander van het behouden van tradities: “In dit land worden tradities vaak te snel overboord gegooid, terwijl wij een land zijn van tradities, het zijn onze roots”.  Hij besloot hiermee de discussie over het provincielied dat “te stoffig” zou zijn.

De heren gespreksleiders beëindigden het officiële gedeelte van de avond, maar niet nadat zij de heer Robbertsen het traditionele kistje wijn hadden overhandigd en voorzitter Dik den Blanken zijn traditionele praatje over de Club van 100 had gehouden.

Olga Hansen