Evenementenbeleid. Zonder evenementen wordt Nieuwegein een slaapstad, dus….
Al tijdens de voorbereidingen van dit Politiek Café was duidelijk dat het deze avond om een gevoelig locaal onderwerp ging. Ook al was de opkomst niet zo groot, hetgeen waarschijnlijk lag in het feit dat er tezelfdertijd diverse fractie- en andere vergaderingen waren gepland, het publiek was zeer divers en vertegenwoordigde de betrokken geledingen.
De discussie werd gevoerd aan de hand van vier, het onderwerp betreffende, stellingen. PvdA wethouder Bert Lubbinge, Herman Troost van de Verenigde Senioren Partij, Rick van der Midde van United Jeugd cup en Wim in ’t Veld van De Lantaern waren uitgenodigd ieder een stelling voor hun rekening te nemen.
“Misschien komen we vanavond wel tot een fantastisch evenementenplan”, sprak gespreksleider René Hansenhoopvol in zijn welkomstwoord, waarna wethouder Lubbinge aan de hand van stelling 1:“Nieuwegein heeft dringend behoefte aan een evenementenbeleid”, het spits af beet. Onder het motto “Evenementen zijn voor en van bewoners” betoogde Lubbinge welke rol hij hierin weggelegd ziet voor de gemeente. Dat is zeker geen initiërende, maar juist een stimulerende, motiverende en ondersteunende rol. “Door het samen te doen wordt het makkelijker en een feest voor iedereen” zei hij. De particuliere initiatieven in Vreeswijk vond hij voor heel Nieuwegein een aansprekend voorbeeld en hij sprak de hoop uit dat Nieuwegein spoedig een Stichting Evenementen Nieuwegein zou krijgen.
De zaal praatte vanaf het begin van de avond actief mee en gaf opmerkelijk vaak aan dat samenwerking op alle fronten en in alle geledingen wenselijk is en dat dit vooral al jaren geroepen wordt.
Rick van der Midde, die over stelling 2:”Samenwerking is de formule voor succes”, kwam praten, merkte op dat als hij deze discussie beluisterde, het leek of er in Nieuwegein al jaren succesvol wordt samengewerkt op evenementengebied. Dat hij een totaal andere mening is toegedaan beschreef hij aan de hand van zijn ervaringen tijdens vijf jaar organisatie van United Jeugdcup. Hij pleit al jaren voor o.a. een Evenementenloket en een toolbox die iedere organisatie kan gebruiken. Bert Lubbinge vond dat je niet alles door de gemeente moet willen laten doen. Herman Troost was het daarmee eens, maar vindt dat de gemeente wel moet faciliteren en structureel moet ondersteunen. Op de vraag of je wel met een stichting moet gaan werken reageerde Rick van der Midde dat hij zijn evenement niet bij een stichting wil onderbrengen, maar slechts een regisseur wil.
Herman Troost wist van zijn stelling: “Nieuwegein heeft nationale evenementen nodig”een verrassend verhaal te maken, dat op het eind een onvoorziene wending nam. Via, aan een stad gelieerde, landelijke evenementen, die in zijn ogen je stad in de vaart der volkeren kunnen brengen en de leden van je college tot mooie uitspraken in de pers zouden kunnen aansporen, vroeg hij zich af wat het maatschappelijk rendement daarvan zou kunnen zijn en eindigde hij met de conclusie dat Nieuwegein gewoon zijn eigen evenementen moet behouden en geen dure landelijke moet binnenhalen. “We moeten als Nieuwegein niet een te grote broek aantrekken” reageerde hij op het voorstel om als Nieuwegein gewoon zelf een jaarlijks terugkerend nationaal evenement te maken. Toch zagen de aanwezigen wel het belang in van landelijke evenementen, met name voor de middenstand, maar zochten het meer in het ontwikkelen of anders opzetten van de reeds bestaande. De vele internationale sportevenementen zouden beter uitgewerkt en benut moeten worden. De entourage is belangrijk, maak de regio interessant, koppel ze aan plaatselijke evenementen. Veel landelijke evenementen zijn voortgekomen uit plaatselijke.
De laatste stelling “Nieuw te ontwikkelen evenementen mogen niet ten koste gaan van bestaande evenementen” werd door Wim in ’t Veld op een meer analytische manier benaderd. Aan de hand van korte zinnen en steekwoorden beschreef hij de bedreigingen, kansen en te bereiken doelen inzake nieuwe en bestaande evenementen. Hij pleitte voor het in ere houden van tradities als zijnde de fundamenten van deze evenementen, voor samenwerking in de breedste zin van het woord en voor het maken van structurele afspraken tussen alle partijen. Voor de gemeente zag hij daarin een coördinerende rol weggelegd.
Gaandeweg de avond werd duidelijk dat het evenementenbeleid op zich niet zozeer voor- en tegenstanders kent, maar dat de grootste meningsverschillen liggen in opzet en uitvoering. Met name het feit dat er al jarenlang over gesproken, tijd en geld ingestoken wordt, maar dat er tot op heden nog niets structureels gebeurd is terwijl de mogelijkheden en de faciliteiten er zijn, frustreert meerdere van de aanwezigen. “We zijn al acht jaar bezig en vier jaar geleden zijn al deze dingen ook al gezegd. Er is niets mee gebeurd. Laten we vanavond in ieder geval één concrete afspraak maken !” zei Justin van Hooydonk van het NBC. “Ik wil het initiatief daartoe wel nemen door alvast de zaal en de koffie toe te zeggen.
Kersverse CDA wethouder Helen van den Berg, met evenementenbeleid in haar portefeuille: “We moeten rond de tafel gaan zitten”. Een datum durfde ze echter nog niet te noemen. Van Hooydonk drong aan, Lubbinge stapte er op in en zegde toe dat bij deze de afspraak nu gemaakt werd. Hij merkt op dat het in het verleden vaak moeilijk was iedereen daadwerkelijk aan tafel te krijgen. Van Hooydonk:”Als je er niet bent, ben je het met ons eens. Als je er wel bent praat je met ons mee!”
Gespreksleider Jan van Hoeflaken leek dit hèt moment om de discussie af te sluiten en deed dat met de gemeenschappelijke deler van de avond “Samenwerking is de basis”.
Olga Hansen

























