In gesprek met Herman Wijffels, Hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke verandering

De aanwezigheid van Dr. Herman Wijffels bij het Politiek Café Nieuwegein had een boven verwachting groot aantal belangstellenden op de been gebracht en er waren veel nieuwe gezichten in het publiek. De bovenzaal van Eethuys Poelzicht vulde zich tot de laatste centimeter met geïnteresseerden en de omgevingstemperatuur paste zich daar naadloos bij aan. De hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke verandering zou, vanuit zijn achtergrond in de bankwereld, tijdens de eerste helft van het officiële deel van de avond zijn licht laten schijnen over de bankencrisis. Tijdens het tweede deel belichtte hij zijn filosofie met betrekking tot duurzaamheid.

Evenals de bijeenkomst waren ook de ja/nee-stellingen in tweeën gedeeld en kreeg Wijffels eerst de beweringen over de bankencrisis voorgelegd. Hij haakte direct op de materie in en gaf aan dat in crisissituaties banken elkaar onderling steunen waardoor de overheid slechts in uiterste instantie in hoeft te springen. Hij zou het passend vinden als de spaarders in dat geval ook een klein eigen risico zouden dragen. Hij benadrukte dat we niet steeds over ‘de banken’ moeten spreken als het om de financiële crisis gaat.“Slechts een aantal van onze grote banken wilde meedoen in het grote internationale spel” zei hij “er zijn er ook die besloten ‘bij eigen leest’ te blijven ondanks dat hun imago daardoor in de knel kwam.” Daarnaast zijn de Nederlandse gezinnen uiterst terughoudend qua uitgaven, bestaat er op gezinsniveau 600 miljard schuld, tegen 1000 miljard aan pensioentegoeden en is er in Nederland een aparte situatie ontstaan. Vanuit de ondernemershoek klonk toch nog enig gemorrel richting ‘de banken’, maar Wijffels pareerde dat door te stellen dat juist nu banken en ondernemers in de positie zijn om samen door deze tijden te komen.
Een toehoorder wilde weten of Wijffels het een juiste keuze vond om met veel overheidssteun de Europese banken te redden. De hoogleraar denkt dat in de onduidelijkheid rond de crisis, in paniek te genereus is gereageerd. Hij verwacht dat de recessie nog een tijd gaat duren. Merkt op dat bij ondernemers het vet van de botten is en bij burgers nieuwe opvattingen ontstaan waardoor zij zelf het heft in handen nemen. “Ik ben een beetje een boerenjongen hoor”, zegt hij wijzend op het feit dat  economische groei forceren door spullen te blijven produceren een enorme misvatting is en dat Rutte er behoorlijk naast zit als hij zegt dat we nu nieuwe auto’s moeten kopen. Hij besluit met op te  merken dat we niet mogen mopperen als we in 2018 economisch op het niveau van 2008 zitten.

Het tweede onderwerp van de avond, duurzaamheid, kende eveneens enkele ja/nee-stellingen. Wijffels vond het niet steeds makkelijk om slechts met ja of nee te reageren en splitste zijn antwoord soms op in  “¼ nee en ¾ ja” of “eerste deel volmondig ja, tweede deel volmondig nee”. Op de vraag of hij, als hij het over mocht doen, Minister van Duurzaamheid en Maatschappelijke verandering zou willen zijn antwoordde hij echter resoluut “nee”. Het woord was nu aan de hoogleraar, die op rustige en overtuigende wijze zijn filosofie over duurzaamheid uiteenzette.
In het kort betoogde hij dat het leven als zodanig niet bedoeld is om kapot te maken, hetgeen nu wel aan het gebeuren is door één soort, de mens, die zich binnen 150 jaar, de industriële tijd, op succesvolle wijze van 1 miljard naar 7 miljard heeft gereproduceerd. Echter productie en consumptie groeien evenredig hetgeen meer van de natuurlijke hulpbronnen vraagt dan mogelijk is. Hierdoor zijn we ons als mensen in een ecologische schuld aan het steken en is een onhoudbare situatie aan het ontstaan. Als mensheid staan we voor een beschavingsopdracht. Het succes van de voorgaande periode vraagt om een nieuwe instelling en inzet, een economische en culturele transitie en transformatie. De huidige lineaire economie, verspilling aan het begin van de keten en vervuiling aan het eind, dient omgezet te worden naar een keten die functioneert als de natuur zelf, de circulaire economie. Binnen deze economie ontstaat een keten van efficiënt gebruik en hergebruik en worden de benodigdheden binnen een straal van 40 à 50 km gehaald, dus geen im- en export. Grote concerns als Unilever, Philips en Mercedes ontplooien al aansprekende initiatieven op dit gebied en in Amsterdam is bijvoorbeeld een project, Urban mining genaamd, waar uit afval zaken worden gehaald die vervolgens weer  verkocht worden.
De economie verschuift nu al en de nieuwe generatie kijkt anders naar spullen. Zij hangt minder aan bezit maar leent, least of gebruikt spullen samen met anderen. Geen spullen, maar diensten is een beweging die zich nu voltrekt en die ons minder afhankelijk van grondstoffen maakt. Nu al bestaan energieneutrale gebouwen en Wijffels verwacht dat over drie à vier decennia vrijwel alle gebouwen energieneutraal zullen zijn.

In een uiterst prettige sfeer doceerde Wijffels op rustige en begrijpelijke wijze zijn vakgebied. De bovenzaal van Poelzicht was weliswaar vol en warm maar het publiek leek het niet te merken en luisterde aandachtig naar de zo volstrekt logisch klinkende woorden van de hoogleraar. De ban werd nauwelijks doorbroken door de gestelde vragen en in zijn antwoorden pakte Wijffels de gevolgde draad steeds weer op. Hij legde uit dat de FNV-onderhandelingen, waar de focus op een groene en (inter)nationaal sociaal verantwoorde CAO ligt, een uitdaging zijn voor de vakbeweging. Hun, overwegend oudere leden, hebben meegewerkt aan het huidige stelsel in de verwachting dat het voor hen zal zorgen. De opdracht om de lineaire economie te transformeren naar een circulaire zal, gezien deze belangen, naar verwachting bij hen op grote tegenstand stuiten. Wijffels ziet echter duidelijk waar we naar toe moeten. De kern van de sociale zekerheid zal geherdefinieerd moeten worden volgens de gedachte ‘niet stil gaan zitten, maar het steeds verdienen’. Hij raadt de FNV aan dicht bij de mensen op de werkvloer te gaan zitten.
Een toehoorder vond wel dat we er als Nederland niet alleen voor kunnen zorgen dat de wereld niet kapot gaat. Wijffels wees erop dat ontwikkelingslanden sneller naar duurzaamheid gaan dan wij. “In Afrika leggen ze nu echt geen telefoonlijnen meer aan” zei hij “daar gebruiken ze al volop zonne-energie”. China is volgens hem de grootste investeerder in duurzame energie. Zelf gaat hij er binnenkort een week heen om mee te praten en adviseren over het onderwerp. Hij merkt op dat het de hoogste tijd is om op wereldniveau in een nieuwe ecologische beschaving te investeren. Nederland gebruikt slechts 4% duurzame energie tegen bijvoorbeeld 10 tot 15% in Duitsland. Volgens Wijffels heeft dat alles met het landelijke ethos te maken. In ons land bestaan grote fossiele belangen bij overheid en bedrijfsleven.
Desgevraagd gaf hij aan sceptisch tegenover het winnen van schaliegas te staan. Hij acht de kans klein dat in een dichtbevolkt land als Nederland, waar de winning ook niet zonder risico’s is, succesvol zal zijn. Daar staat tegenover dat gas wel de minst vervuilende fossiele brandstof is.
Iemand in het publiek had zich blijkbaar toch het hoofd zitten breken over Wijffels opmerking dat hij niet de politiek in wil en vroeg hier toch nog even naar. “Ik ben ongeschikt voor de politiek” zei de hoogleraar. “Het gemanoeuvreer, het partijbelang dat voor het landsbelang moet gaan. In de politiek moet je ergens tegen stemmen terwijl je dat niet bent. Dat is niets voor mij.”

Toen het al tegen kwart over negen begon te lopen vatte Herman Troost van de VSP de avond mooi samen met zijn opmerking: “Mijnheer Wijffels, u heeft in een half uur tijd meer duidelijk gemaakt over duurzaamheid dan dat ik de afgelopen twee jaar vanuit berichtgeving over dit onderwerp heb kunnen opsteken.” 

Tekst Olga Hansen
Foto’s Rob Rooijackers

RTV9 maakte tv-opnamen van deze bijeenkomst.  Kijkt u hier voor de beelden