Is de afstand tussen burger en politiek nog te overbruggen? met Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer

Als dit eerste Politiek Café van het nieuwe seizoen de voorbode is van de komende bijeenkomsten, kunt u er dit jaar maar beter vaak bij zijn, u gaat dan een aantal zeer geslaagde avonden meemaken. Want het was een geslaagde avond afgelopen dinsdag, dat moest zelfs de meest grote criticaster beamen.
De aanloop was al oké. Het zonnetje scheen gul waardoor de dinergasten konden voorborrelen op het terras. De maaltijd was smakelijk en verzorgd. Met het vooruitzicht dat de voorzitter van de Tweede Kamer te gast zou zijn had de kok van Poelzicht een extra tandje bijgezet. Onder voorzitterschap van mevrouw Verbeet, die er best even op toe wilde zien dat ieder het juiste bord kreeg aangereikt, werd onder gezellig gekeuvel in ontspannen sfeer gedineerd.

In de bovenzaal van Poelzicht stonden inmiddels de camera’s van RTV9 en RTV-Utrecht klaar en mevrouw Verbeet gaf welwillend een eerste interviewtje. Stipt om acht uur kondigde presentator René Hansenaan dat “we gingen beginnen”. De bijeenkomst moest helaas gestart worden met de verdrietige mededeling dat gewaardeerd lid van de club van 100 Jack Koehorst recentelijk is overleden, de minuut stilte was voor hem.
De draad werd echter weer opgepakt en gespreksleiders Hansen en Van Hoeflaken introduceerden Gerdi Verbeet bij de aanwezigen. “Bent u niet een beetje de directeur van de Tweede Kamer?” vroegen zij. Haar functie is eigenlijk niet met een andere te vergelijken, vindt ze zelf, waarna zij een tipje van de sluier oplichtte betreffende de dagelijkse gang van zaken. Ondanks dat ze het een fantastisch baan vindt stelt ze zich niet kandidaat voor de nieuwe termijn. Het is een zware baan, zowel fysiek als geestelijk. Qua leeftijd kan ze nu nog iets anders gaan doen, en nee ze wordt echt geen minister, maar ze blijft wel werken. Hoogtepunten uit haar loopbaan vond ze dat ze als eerste voorzitter van de Tweede Kamer op bezoek kon gaan bij de Nederlandse troepen in Uruzgan en de toespraak die ze op 4 mei 2011 bij de dodenherdenking op de Dam mocht houden. Absoluut dieptepunt was het Uruzgandebat. “Ik hou niet van jokken”, verklaart ze.

De onderwerpen voor de gebruikelijke ja/nee-stellingen waren voor deze avond ontleend aan “Vertrouwen is goed, maar begrijpen is beter”, het boek dat Verbeet recentelijk schreef en publiceerde. “Was ‘Doe toch gewoon man’ geen betere titel geweest”, merkt Hansen op. Lachend repliceert ze dat dat ook had gekund, maar dat het boek op het moment van de genoemde uitspraak al klaar was. Ze heeft het geschreven vanuit de gedachte hoe er van buitenaf naar de Kamer gekeken wordt. “Als voorzitter van de Tweede Kamer moet je dat zelf ook steeds blijven doen”, benadrukt ze. De kritiek die ontstond op het verruwende taalgebruik in de Tweede Kamer wil ze niet te veel uitlichten. Ze vindt vakjargon, dat voor veel mensen onnavolgbaar is, erger dan volks taalgebruik.
De eerste stelling “Als er door de Tweede Kamer na de verkiezingen op mij een beroep wordt gedaan om informateur te worden, dan ben ik daartoe bereid” kon Verbeet niet met een simpel ja of nee beantwoorden. Met een denkrimpeltje tussen de wenkbrauwen beantwoordde ze deze, voor nu erg actuele stelling, met de opmerking die brug pas te zullen nemen als ze er daadwerkelijk voor zal staan.
Aan de hand van de andere stellingen ontspon zich van meet af aan een vlot en interessant gesprek met hier en daar een plaagstootje van zowel Verbeet zelf als van de heren presentatoren. De vragen van en de interactie met het publiek droegen zeer bij aan de levendige sfeer van de avond die eigenlijk voortdurend positief was. Verbeets focus lag steeds bij het belang van de mensen en de samenleving. “Waarom gebruiken wij de wijsheid van de burgers niet op een meer systematische manier”, vroeg ze zich af, “politici moeten er niet bij voorbaat vanuit gaan dat ze weten wat de mensen belangrijk vinden.” Ze vindt social media veel representatiever dan alle peilingen. Ze betreurt het dat tegenwoordig nog weinig mensen lid van een politiek partij zijn, omdat juist je achterban de dwarsdoorsnede van de maatschappij is en je daar veel input vandaan kunt krijgen.
“Heden ten dage zijn politici bijna allemaal hoogopgeleid waardoor ze geen afspiegeling meer zijn van de maatschappij” stelt Van Hoeflaken. Verbeet denkt zelf de laagst opgeleide te zijn in de Tweede Kamer.”Hetgeen” volgens Van Hoeflaken “echt niet te merken is.” Ze zou graag mensen uit alle segmenten van de samenleving in de regering zien, maar juist de hoogopgeleiden gaan de kamer in.
In de gauwigheid checkt ze even wie er van de, in stralend rood geklede PvdA-ers in het publiek hoogopgeleid is en merkt op dat ze trouwens erg leuke truitjes aanhebben. Zelf heeft ze voor de gelegenheid ook maar even een rood shirtje onder haar keurig blauwe pak aangetrokken. Vanuit het publiek wordt opgemerkt dat hoogopgeleid niet per definitie betekent dat je geen feeling hebt met laag opgeleiden en dat het aan de mensen zelf ligt hoe ze in de samenleving willen staan.

“Politici inspireren niet meer, het verhaal is uit de politiek verdwenen en het gaat nu alleen nog om de soundbites”, stelt Van Hoeflaken. Verbeet vindt dat jammer. Ze wijt het aan de vele tv debatten, de weinige tijd die politici gegund wordt om hun standpunt te verduidelijken, het knippen en monteren van uitspraken, het uitlichten van kort frases. Hansen vindt het oneervol dat politici in Nederland te pas en te onpas opgetrommeld worden om met een belletje of ballonnetje in de hand op tv te debatteren of acteren. Verbeet denkt dat veel jongeren het leuk vinden om politici in spelshows op te zien treden, het maakt ze “menselijker”. Ze ziet het zichzelf niet zo snel doen. “Ik kan niet zo goed tegen mijn verlies”, bekent ze, maar als juryvoorzitter wil ze eventueel nog wel aanschuiven.
Of het vertrouwen in onze democratie steeds meer afneemt? Dat vindt ze niet. Door het grote aantal partijen in Nederland heb je nu eenmaal met een coalitieregering te maken en moet je compromissen sluiten. “We moeten de compromis als iets moois zien en niet als iets lastigs” zegt ze. “Compromissen sluiten is een basisvoorwaarde voor de democratie”. Ze vindt het uiterst belangrijk om met name jongeren de waarde van compromissen te leren.
Maar geeft de hoge frequentie van verkiezingen en nieuwe kabinetten niet te veel onzekerheid in de samenleving? Wat is de winst? Is het betere niet de vijand van het goede? “Beter een slecht functionerende regering die zekerheid biedt dan een goed functionerende regering die een onzeker beleid voert, zou ik haast zeggen” meent ze. Verbeet is zeer stellig dat vooral voorkomen moet worden dat er weer een gedoogconstructies gecreëerd wordt. Het is lastig drie soorten leden in je kamer te hebben, een gangbaar minderheids- of meerderheidskabinet heeft haar voorkeur. “Dat is voor de voorzitter ook makkelijker”, merkt ze fijntjes op.
En dan woensdag de verkiezingen. Hoe zal de opkomst zijn? Ze hoopt dat iedereen naar de stembus gaat. Donderdag zal ze alle fractievoorzitters bellen met de vraag of ze binnenkort bij elkaar willen komen. Alle partijen moeten een gelijke kans krijgen en de Koningin moet goed geïnformeerd worden om haar taken uit te kunnen voeren.

Als dank voor haar bereidwillige en openhartige attitude tijdens deze geslaagde avond kreeg mevrouw Verbeet een mooie kist wijn van het Kleur-, geur- en smaakcentrum. Alvorens te vertrekken sprak ze nog een woordje in een enkele microfoon, maakte hier en daar een babbeltje en signeerde enkele van haar boeken. De mening van het, over het algemeen toch wel kieskeurige, publiek van het Politiek Café Nieuwegein was onverdeeld positief over deze bijeenkomst:“Topavond”.

Tekst Olga Hansen
Foto’s Rob Rooijackers

De tv-opnamen die RTV9 van deze bijeenkomst maakte kunt u hier terugzien.
Meer foto’s van deze bijeenkomst op allesvannieuwegein.nl