Nieuwegein, de werkplaats van Midden-Nederland. Het Raborapport.
De discussie was levendig, de zaal met zo’n tachtig aanwezigen prettig gevuld en de sfeer geanimeerd kritisch. Het onderwerp van deze bijeenkomst van het Politiek Café lag dicht bij huis, het ging over Nieuwegein en over haar inwoners.
Aanleiding tot de discussie was het door de Rabobank Utrecht opgestelde rapport “De werkplaats van Midden-Nederland, Sociaal economisch visie op Nieuwegein”. Ralph van Soomeren, directeur bedrijfsmanagement en verantwoordelijk voor het werkgebied Nieuwegein, gaf in het kort de hoofdpunten van het rapport weer. Opvallend daarin was de term ‘working class hero’ welke aangaf dat Nieuwegeiners qua ontwikkeling en gemiddeld inkomen achterblijven bij het landelijke. Speerpunt van het rapport was echter toch wel dat voor Nieuwegein de rol van groeikern voorbij is en dat we nu vanuit een andere visie verder moeten.
De organisatoren hadden drie lokale sprekers uitgenodigd om hun licht te laten schijnen over het rapport. Betsy de Keizer, algemeen directeur van De Keizer Holding, was het op punten eens en op andere oneens met de inhoud. Ze legde de nadruk op de positieve uitkomsten en spoorde aan daar gebruik van te maken. “Wees allemaal trots op Nieuwegein” zei ze “en laten we ook het water dat we hier hebben eens meer benutten, Nieuwegein is echt een waterstad”. De essentie van deze avond lag volgens haar echter toch wel in de vraag: “ Gaan we iets met dit rapport doen of volgen we de Structuurvisie?”
Hans Adriani, fractievoorzitter PvdA, gaf aan trots te zijn op het rapport en trots te zijn op Nieuwegein. Hij zei van dit laatste veel teruggelezen te hebben in dat rapport. Via vergrijzing, arbeidspotentieel, kantorenleegstand, het beheren van de oude bedrijventerreinen, woningbouw en het behoud van de buurtwinkelcentra liep hij het globaal langs en gaf zijn eigen aan- en invullingen.
Wethouder Wouter Kolff typeerde het Raborapport als “de onderstreping van het beleid dat we in Nieuwegein voeren”. Hij zei de stad te zijn gaan bewonderen, met name de compleetheid ervan. Hij vond het overdreven om, nu de groei er een beetje uit is, meteen van een krimpstad te spreken. “Nieuwegein heeft veel positieve kanten en er is een kwaliteitsslag te maken op veel gebieden”. Voor de leegstaande kantoren ziet hij mogelijkheden via het ‘omkatten’ naar woonfuncties. Dat het zover heeft kunnen komen, 24% leegstand, legde hij nadrukkelijk ook bij de banken neer en niet alleen bij gemeente, eigenaren en de markt. ” Laten we eens beginnen al die “Te Huur”-borden weg te halen” zei hij ”dat geeft zo’n slecht imago.”
Na de visie van de drie sprekers namen gespreksleiders Van Hoeflaken en Hansen het voortouw in de discussie en legden de vraag: ”Is Nieuwegein wel echt bereikbaar?” aan hen voor.
“Nieuwegein is een autostad en heeft brede toegangswegen”, vond Kolff. Adriani was zeer stellig in zijn mening dat Nieuwegein een station moet krijgen op de spoorlijn Almere-Breda. De Keizer zocht het meer in flex-werken en oplossingen daartoe vanuit het bedrijfsleven.
Over de Nieuwegeinse woningmarkt waren zij, ieder vanuit hun eigen invalshoek, het behoorlijk eens. Door de schaarse grond en middelen is nieuwbouw niet de oplossing. ‘Doorstroming’ is het sleutelwoord. Het ombouwen van leegstaande kantoren kan daar zeker een oplossing in zijn. In Merwestein is daartoe al een uniek project, waar ombouw tot een woon-zorgcomplex plaatsvindt. Maar niet ieder kantoorpand is daarvoor geschikt. Minder sociale huurwoningen, meer diversiteit, lange wachtlijsten met woningzoekenden, moeizaam verkrijgbare hypotheken. Er waren genoeg issues die tot levendige discussies leidden en het publiek liet zich zeker niet onbetuigd.
Bij de winkelvoorzieningen sprak men over ‘warme sanering’ versus ‘koude sanering’, over drie grote winkelcentra in noord, midden en zuid en over het niet saneren van de kleine buurtwinkelcentra, die in ieders ogen een zeer belangrijke functie hebben en niet in de laatste plaats als ontmoetingsplek voor de buurtbewoners. Adriani brak een lans voor deze kleine centra: “Zolang de ondernemers er een goede boterham kunnen verdienen moeten we het ze zelf laten regelen. Laten we hen niet gaan betuttelen”.
Daar waar het over de Nieuwegeinse kantoren ging vond Kolff het Raborapport opvallend compleet. Hij hield vast aan zijn eerdere opmerkingen over de rol van de banken. Van Soomeren van de Rabobank gaf aan de discussie hierover graag aan te willen gaan.
De noodzaak tot sanering van de oude bedrijfsterreinen zoals aan Herenstraat, Kruyderlaan en op De Wiers is voor iedereen wel duidelijk. Hans Reusch, projectwethouder voor Herenstraat en Kruyderlaan, reageerde dat de ondernemers elkaar daar zelf in de weg zitten. Adriani daagde hen uit samen te gaan werken om zo iets te bereiken.
De voor deze lokale onderwerpen beschikbare tijd was deze avond eigenlijk te kort en aan veel discussiepunten waren de aanwezigen niet toegekomen. Bij de borrel achteraf had men derhalve nog gespreksstof genoeg.
Olga Hansen
De opnamen die RTV9 van deze avond maakte kunt u terugzien op YouTube























