Opmars van vrouwen aan de top is onvermijdelijk. Dominante man als baas heeft langste tijd gehad.

Zoals het thema al deed verwachten was dit Politiek Café levendig, betrokken, erg interactief en werd er veel gelachen. Druk was het ook. Ondanks de voorjaarsvakantie en een, volgens kenners, bijzonder mooie voetbalavond zat de zaal van Green Village bomvol. Na het voorstellen van de spreekster Nina van Ommen, initiatiefneemster en adviseur van het zakelijk netwerk “Topvrouwen Bouw & Infra” en de genodigde Nieuwegeinse vrouwen, Betsy de Keizer, Renée Blom en Dorathé van Doorn, kwamen eerst de gebruikelijke ja/nee stellingen aan bod. De stellingen, leidraden voor de rest van de bijeenkomst, werden vlotjes behandeld door presentator René Hansen en het nieuwe gezicht Isabel Oostenburg. Isabel, ambitieus en vrouw, dus deze avond helemaal op haar plaats, gaat eventueel gespreksleider Jan van Hoeflaken opvolgen, die aan het eind van dit seizoen stopt als presentator van het Politiek Café.

Het woord was aan Nina van Ommen, die langs haar neus weg even opmerkte dat ze een beetje op haar woorden zou passen omdat ze na afloop hier nog graag wat wilde netwerken, sprak de hoop uit dat het een zeer interactieve avond zou worden. Van Ommen is werkzaam bij Trivoor Bouw & Infra, een landelijk opererend adviesbureau, als adviseur en begeleidster van vrouwen op hun weg naar een topbaan. Het netwerk “Topvrouwen Bouw & Infra” is ontstaan uit de behoefte van de in deze sector werkzame vrouwen om op professioneel niveau ervaringen te delen en inspiratie en kennis op te doen. Met elkaar wordt het banenaanbod gedeeld en is meer diversiteit en rendement binnen de sector het doel. Verwijzend naar het onderwerp van de avond wilde ze even inzoomen op de dominante baas en stelt dat iedereen daarbij meteen aan een man denkt. De reactie vanuit de zaal deed haar even de wenkbrauwen optrekken. De aanwezige mannen roerden zich vrijwel unaniem door te bevestigen dat dit natuurlijk helemaal niet zo hoeft te zijn. De toon van de avond was gezet.

Van Ommen denkt dat de dominante baas inderdaad de langste tijd heeft gehad. Haar visie is dat een goede directie uit mannen èn vrouwen bestaat. Met de juiste mix van beiden, waarbij ze hun specifieke kwaliteiten meebrengen, vorm je een goed team en maak je samen het rendement. Jan van Hoeflaken vroeg waarom vrouwen dan nog steeds ondervertegenwoordigd zijn, slechts 5% in bijvoorbeeld Raden van Bestuur. Van Ommen denkt dat veel vrouwen in Nederland deze functies niet willen, dat ze eerder voor de traditionele rol kiezen. Betsy de Keizer, onder meer voormalig directeur van De Keizer Holding, vond dat beide rollen samen kunnen gaan wanneer je goede keuzes maakt. Ze vertelde hoe zij als werkende moeder lange dagen maakte en toen haar kinderen ouder werden ze haar tijd steeds opnieuw anders inrichtte. Dorathé van Doorn, onderneemster en nipt geen zakenvrouw 2007, meende dat vrouwen hun eigen weg moeten gaan en hun kinderen mee moeten laten doen. Samenwerking en planning binnen je gezin en er samen voor gaan.
Maar hoe verleidt je mannen om meer in het huishouden te gaan doen en vaker parttime te gaan werken? Huub van Baal, onder andere voorzitter van BiZZp Nieuwegein, vindt dat je bewust samen aan zoiets moet beginnen, als je beiden de schouders eronder zet kun je samen veel bereiken. Wel denkt hij dat een rolbevestigende opvoeding het moeilijker maakt de traditionele rollen te ontstijgen. Van Ommen benadrukte dat in haar topvrouwennetwerk zeker aandacht is voor de visie op de opvoeding van de volgende generatie.
Een toehoorder stelde dat mannen toch ook fulltime moeten werken en dat deeltijdwerken in loondienst en aan de top haast niet mogelijk is. Erna Kotkamp, fractievoorzitter van Groen Links in Nieuwegein, vond dat daar voor vrouwen meer consequenties aan zitten. Zorg voor de kinderen komt vaker bij hen terecht en vrouwen verdienen in gelijke banen veelal minder dan mannen. Redenen daarvoor zijn volgens Van Ommen dat vrouwen zich anders profileren, dat mannen dominanter en doortastender zijn. De moderne eisen vragen capaciteiten en input van vrouwen, je komt er niet vanzelf. Het valt haar wel op dat de eigenschappen waar waarde aan wordt gehecht vaak mannelijke eigenschappen zijn, terwijl vrouwelijke eigenschappen als empathie, ondernemingsdrang en goed kunnen luisteren juist voor veel meer evenwicht binnen een organisatie kunnen zorgen. “We moeten ophouden van beide kanten het glazen plafond in stand te houden” vindt ze. Volgens VVD-wethouder Johan Gadella hebben we in deze tijdsstructuur vrouwen juist hard nodig. “Goed opgeleide vrouwen mogen niet ten onder gaan door mannen” stelt hij.

Jan van Hoeflaken haalde de nieuwe wet “Bestuur & toezicht” aan, die bedrijven met meer dan 250 werknemers wil verplichten minstens 30% vrouwen in dienst te hebben. Wat vinden de aanwezigen van zo’n quotum? Betsy de Keizer zou dat niet graag verplicht stellen en Ton van Kippersluis, als veehouder vertrouwd met andersoortige quota zoals hij zelf zei, vraagt of je dan niet juist de goede mannen laat lopen. Van Ommen stelt dat vrouwen geen “moetje” willen zijn en Dorathé van Doorn vindt dat als je in de selectieprocedure genoeg vrouwen meeneemt het probleem zich veelal vanzelf oplost. “Hoe zit dat bij de overheid” werd gevraagd aan burgemeester Frans Backhuijs. Hij vindt dat er in Nieuwegein goede vrouwelijke leidinggevenden zijn, maar dat het er beslist meer mogen worden. Diversiteit vindt hij belangrijk. “Met elf goede keepers win je geen wedstrijd”, meent hij. Aan Renée Blom, wethouder voor het CDA in Nieuwegein, werd gekscherend de vraag gesteld of ze als vrouw wel iets te vertellen heeft  binnen het college. “Ik dacht het wel” antwoordde ze nadrukkelijk “de mannen in het college geven de vrouwen alle ruimte”.

Iemand merkte op dat vrouwen erg bezig zijn te emanciperen, maar dat de mannen een beetje achter blijven. Dat mannen toch erg selecteren op “eigen” eigenschappen. Van Ommen vindt dat je soms even aan de rem moet trekken, probleempjes op kunt lossen met humor. Soms gaan vrouwen mannelijk gedrag overnemen in een bedrijf, dit vindt ze niet verstandig. Zo hou je dat gedrag in stand.
Toch zijn er in Nederland ook sectoren waar meer vrouwen dan mannen werken. Van Ommen noemt in dit verband het onderwijs. Volgens haar werken te grote verschillen in bezetting niet goed. De verhouding 60% mannen en 40% vrouwen schijnt de beste zijn. Betsy de Keizer merkt op dat in haar bedrijf 75% vrouwen en 25% mannen werkten en dat dit heel goed ging. “Het gaat erom dat je als leidinggevende ruimte geeft en leiderschap toont” meent zij.

Dat het onderwerp van deze avond dicht bij de mensen staat en ze zich er veelal persoonlijk bij  betrokken voelen kwam duidelijk tot uiting in de vele reacties en de actieve houding van de toehoorders. Vanaf Van Ommen’s introductie van het onderwerp heerste er een ontspannen sfeer en werd er veel gelachen. De discussie liep bijna vanzelf en de presentatoren hoefden het gesprek nauwelijks bij te sturen of stimuleren. De microfoon op het juiste moment onder de juiste neus was vaak al voldoende.
Nina van Ommen sloot af met op te merken dat het hier om een erg complexe materie ging. Ze dacht dat ze bij een Politiek Café één standpunt in moest nemen, links of rechts, en er op afgerekend zou worden als ze zou switchen. Ze constateerde veel positiviteit onder het publiek en vond het bemoedigend dat men hier over dit onderwerp wilde praten. Ze merkte op dat ze tot vanavond toch een heel ander beeld had van een Politiek Café. De uitnodiging om nog wat te blijven drinken en napraten werd door haar graag aangenomen.

Tekst Olga Hansen
Foto’s Rob Rooijackers